Update: corona regelingen en fiscaal nieuws (juli 2021)

stack-inwith-white-alarm-clock-wooden-desk-against-black-background-1024x683

Afgelopen maand heeft het kabinet aangekondigd verschillende corona steunmaatregelen te verlengen tot en met het derde kwartaal van 2021. Eén van de maatregelen die wordt verlengd is de NOW. Deze nieuwe versie, NOW 4, zal gelden voor de maanden juli 2021 tot en met september 2021 en zal net zoals de vorige NOW regeling maximaal 85% van de loonsom vergoeden. Het voorschot kan sinds 5 juli 2021 worden aangevraagd en kan worden gedaan tot 30 september 2021. De definitieve berekening van NOW 4 kan worden aangevraagd tussen 1 juli 2022 en 21 februari 2023. Anders dan NOW 3 zal de maand februari 2021 als referentiemaand worden gebruikt voor het bepalen van de loonsom.

Verder heeft het kabinet besloten om bij de berekening van de omzet voor NOW 3 en 4, de ontvangen TVL subsidies niet mee te nemen. In eerste instantie was dit voor NOW 3 wel de bedoeling, maar het kabinet is hierop teruggekomen. Een bijgewerkt overzicht van de verschillende NOW regeling kunt u hier vinden.

De TVL is ook verlengd tot en met het derde kwartaal van 2021. Wanneer deze echter kan worden aangevraagd, is nog niet bekend. Net zoals in het tweede kwartaal bedraagt het subsidiepercentage 100% en moet er minimaal een omzetverlies zijn van 30%. Het maximum subsidiebedrag per kwartaal is € 550.000 voor mkb-bedrijven en € 600.000 voor grote ondernemingen. Verder heeft het kabinet bepaald dat het maximum subsidiebedrag voor grote ondernemingen voor de TVL Q2 2021 wordt verhoogd van € 600.000 naar € 1.200.000. Daarnaast heeft het kabinet de deadline voor het vaststellen van de werkelijke omzet voor de TVL Q4 2020 verlengd naar 1 september 2021 in plaats van 1 juli 2021.

Tot slot worden ook de Tozo en de TONK verlengd. Bij de Tozo komt bij toekomstige aanvragen de nadruk meer te liggen op het ondersteunen en stimuleren van ondernemers, zodat zij zo snel mogelijk weer op eigen benen kunnen staan. De terugbetaling van de Tozo-lening voor bedrijfskapitaal is met een half jaar verlengd, namelijk van 1 juli 2021 naar 1 januari 2022. Pas na deze datum zal rente in rekening worden gebracht. Ook is de looptijd van de lening aangepast, namelijk van 42 naar 60 maanden.

VERRUIMING VAN TERUGBETALING VAN BELASTINGSCHULDEN IN VERBAND MET CORONA

Sinds 1 juli 2021 is de mogelijkheid om bijzonder uitstel van betaling in verband met corona aan te vragen vervallen. Belastingschulden die na deze datum ontstaan moeten binnen de gebruikelijke termijnen worden betaald. Voor de schulden die ontstaan zijn vóór 1 juli 2021 en waarvoor uitstel is verleend, geeft de Belastingdienst ondernemers tot 1 oktober 2022 de tijd om deze af te lossen. Oorspronkelijk was dit 1 oktober 2021, maar het kabinet heeft het betaaltermijn met 1 jaar verlengd. Als de schuld na 1 oktober 2022 nog niet is afgelost, dan biedt de Belastingdienst een betalingsregeling aan. Deze regeling houdt in dat ondernemers hun schulden over een periode van 5 jaar in gelijke maandelijkse termijnen kunnen aflossen.

Om onnodige kosten te voorkomen adviseren wij om de belastingschulden waarvoor u uitstel heeft gekregen zo snel mogelijk af te lossen. Als u namelijk uw schuld na 1 oktober 2022 aflost, dan zal de Belastingdienst invorderingsrente in rekening brengen. Op dit moment bedraagt deze nog 0,01%, maar op 1 januari 2022 zal dit percentage worden gewijzigd naar 1% en vervolgens stapsgewijs worden verhoogd. Uiteindelijk zal het rentepercentage vanaf 1 januari 2024 weer 4% bedragen, net zoals voor de coronacrisis.

 

CORONAKREDIETREGELINGEN NU OOK MOGELIJK VOOR HERSTELINVESTERINGEN

Om ondernemers te helpen met het betalen van hun rekeningen tijdens de coronacrisis heeft het kabinet drie kredietregelingen geïntroduceerd. Dit zijn de Klein Krediet Corona (KKC), Borgstelling MKB Corona (BMKB-C) en Garantie Ondernemersfinanciering Corona (GO-C). Hoewel de overheid grotendeels garant staat, moeten deze kredieten in principe worden aangevraagd bij een bank. Voor de KKC en de BMKB-C kunnen ondernemers echter ook terecht bij een aantal non-bancaire financiers.

Sinds kort is het mogelijk om deze kredieten ook aan te vragen indien een ondernemer deze wil gebruiken voor investeringen om de onderneming te herstellen van de coronacrisis. Hier kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de aanschaf van nieuwe bedrijfsmiddelen of het aanvullen van voorraden. Het is dus niet langer noodzakelijk dat het krediet nodig is om op korte termijn rekeningen te betalen. Het kabinet heeft de aanvraagperiode voor deze kredieten ook verlengd tot 31 december 2021.

INTREKKING VAN DE BIK

Vorig jaar introduceerde het kabinet de Baangerelateerde Investeringskorting (BIK). Deze corona steunmaatregel maakte het mogelijk om bij investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen een korting te verkrijgen die met de te betalen loonbelasting kon worden verrekend. Het doel van deze maatregel was om ondernemers te motiveren om nieuwe investeringen te doen ondanks de coronacrisis. De BIK had als ingangsdatum 1 januari 2021 en kon vanaf 1 september 2021 worden aangevraagd voor investeringen die sinds de invoering van de maatregel waren gedaan.

Het kabinet heeft echter aangekondigd dat de BIK zal worden geschrapt. Dit gebeurt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2021. De reden hiervoor is dat de Europese Commissie de BIK mogelijk als staatssteun beschouwt. Om ondernemers te compenseren die verwacht hadden van de BIK gebruik te kunnen maken, zal het kabinet vanaf 1 augustus 2021 de AWf premie verlagen. De hoge premie gaat van 7,7% naar 5,34%, terwijl de lage premie van 2,7% naar 0,34% daalt.

NIEUWE BTW REGELING VOOR E-COMMERCE LEVERINGEN BINNEN DE EUROPESE UNIE

Op 1 juli 2021 is een nieuwe regeling in werking getreden voor e-commerce leveringen. Als u bijvoorbeeld een webshop heeft en producten levert aan particulieren in andere EU-lidstaten, moet u hierover buitenlandse btw betalen. Om te voorkomen dat u zich bij meerdere buitenlandse belastingdiensten moet aanmelden, heeft de Belastingdienst een nieuw éénloketsysteem geopend. Voor meer informatie over dit systeem verwijzen wij u naar ons item over de One Stop Shop-regeling in onze nieuwsbrief van maart 2021.

 

RAAD VAN COMMISSARISSEN OF MONISTISCH BESTUURSSYSTEEM VOOR VERENIGINGEN EN STICHTINGEN

Voor de NV en de BV is al duidelijk dat een Raad van Commissarissen of een monistisch bestuursmodel kan worden ingesteld. Een monistisch bestuursmodel zitten uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders in het bestuursorgaan, waardoor geen aparte Raad van Commissarissen aanwezig is.

Het was onder de oude wetgeving mogelijk om een raad van toezicht in te stellen bij verengingen en stichtingen, maar er bestond geen duidelijke taakomschrijving voor de raad van toezicht. Aangezien dit kan leiden tot onduidelijkheden, is dit gewijzigd. Stichtingen en verenigingen zijn niet verplicht tot het instellen van een Raad van Commissarissen of een monistisch bestuurssysteem. Dit blijft de keuze van het bestuur zelf. Het instellen van een Raad van Commissarissen kan alleen als de statuten dit toestaan.

Als de statuten het instellen van een Raad van Commissarissen niet toestaan, dan moeten de statuten gewijzigd worden om het instellen van een Raad van Commissarissen mogelijk te maken.

De Raad van Commissarissen heeft tot taak om toezicht te houden op het beleid van het bestuur en de algemene gang van zaken in de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Daarnaast staat zij het bestuur met raad terzijde.

Op 18 juni 2021 is bekend geworden dat de inwerkingtreding van de bepaling over het instellen van een monistisch bestuursmodel uitgesteld wordt tot een nog nader te bepalen datum.

BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN MET EEN TEGENSTRIJDIG BELANG

Voor de stichting ontbrak onder het oude recht een regeling voor tegenstrijdigbelang. Het bestuur van een stichting hoefde geen verantwoording af te leggen over de genomen besluiten, waardoor het risico bestond dat het bestuur haar eigen belangen liet prevaleren boven die van de rechtspersoon.

De regeling bestond al voor de vereniging, maar was verouderd. De tegenstrijdigbelangregeling van de vereniging is ook door de WBTR aangepast.

De WBTR regelt dat wanneer een bestuurder een direct of indirect persoonlijk belang heeft, deze bestuurder niet deel kan nemen aan de besluitvorming. Als hierdoor geen besluit genomen kan worden, dan besluit de Raad van Commissarissen. Voor een commissaris geldt ook dat niet deelgenomen mag worden aan de besluitvorming, indien sprake is van een direct of indirect persoonlijk belang dat tegenstrijdig is met het belang van de rechtspersoon. Als hierdoor geen besluit genomen kan worden door de Raad van Commissarissen, dan wordt het besluit door de aandeelhouders of leden genomen.

Aangezien een stichting geen aandeelhouders of leden heeft, mag het bestuur in dat geval toch het besluit nemen ondanks dat sprake is van tegenstrijdig belang binnen het bestuur. Het bestuur moet dan wel alle overwegingen voor het nemen van het besluit schriftelijk vastleggen.

Als de statuten een bepaling voor tegenstrijdig belang bevatten die niet overeenkomt met de nieuwe regels, dan geldt deze bepaling per 1 juli 2021 niet meer. De nieuwe regels gelden automatisch, dus statutenwijziging is niet vereist. Het is echter wel aan te bevelen om de oude bepaling uit de statuten te halen, om verwarring te voorkomen.

BESTUURDERSAANSPRAKELIJKHEID VAN BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN

Onder het oude recht kon de curator geen vordering tegen bestuurders en commissarissen van informele verenigingen en geen vordering tegen bestuurders en commissarissen van verenigingen en stichtingen die niet aan vennootschapsbelasting zijn onderworpen instellen op grond van aansprakelijkheid, in geval van faillissement wegens onbehoorlijke taakvervulling.

Onder de nieuwe wet heeft de curator deze mogelijkheid bij faillissement van de rechtspersoon wel als de bestuurders en commissarissen hun taken onbehoorlijk hebben vervuld. Hierbij moet sprake zijn van ernstige verwijtbaarheid. Voor bestuurders en commissarissen van semipublieke instellingen, zoals woningcorporaties, onderwijsinstellingen of zorginstellingen, geldt een bewijsvermoeden dat sprake is van onbehoorlijke taakvervulling als de boekhouding niet op orde is, dus als bijvoorbeeld de jaarrekening niet gedeponeerd is of als de administratie niet deugt, of als overeenkomsten aangegaan zijn waarvan de bestuurder of commissaris weet dat de rechtspersoon deze niet kan nakomen. Dit bewijsvermoeden geldt niet voor bestuurders en commissarissen van informele en niet-commerciële verenigingen en niet-commerciële stichtingen, maar het is natuurlijk raadzaam om de boekhouding goed op orde te hebben en om geen overeenkomsten aan te gaan die de rechtspersoon niet kan nakomen.

RECHTER KRIJGT MEER BEOORDELINGSVRIJHEID

Een stichting heeft geen leden die bestuurders kunnen ontslaan. In het oude recht bestond een regeling met betrekking tot rechterlijk ontslag van een bestuurder op verzoek van het OM of op verzoek van een belanghebbende, bij wanbeheer of andere tekortkomingen van een bestuurder. Dit kon dan leiden tot een bestuursverbod voor vijf jaar.

In de praktijk is echter gebleken dat de ontslaggronden niet altijd toereikend zijn om ontslag van een wanpresterende bestuurder te bewerkstelligen.

In de WBTR zijn de ontslaggronden uitgebreid. Ontslag wordt mogelijk op grond van taakverwaarlozing of andere gewichtige redenen of wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden, op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet geduld kan worden. Dit geldt ook voor de commissarissen. De rechter mag het bestuursverbod achterwege laten als de bestuurder of commissaris geen ernstig verwijt te maken valt.

MEERVOUDIG STEMRECHT EN ONTSTENTENIS EN BELET

De WBTR kent de mogelijkheid om meerdere stemmen aan één bestuurder of commissaris toe te kennen. Eén bestuurder of commissaris kan echter niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders of commissarissen tezamen.

Als de statuten een regeling bevatten over het meervoudige stemrecht zonder de beperking dat één bestuurder of commissaris niet meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders of commissarissen tezamen, dan geldt deze regeling nog maximaal vijf jaar na 1 juli 2021 of tot de eerste statutenwijziging. Als de statuten gewijzigd worden vóór 1 juli 2026, dan moeten de nieuwe statuten de beperking van het meervoudige stemrecht bevatten.

De statuten moeten tevens een regeling bevatten voor ontstentenis of belet, bijvoorbeeld door defungeren, ontslag of langdurige ziekte van alle bestuurders en commissarissen. De statuten mogen een regeling bevatten voor ontstentenis of belet van één bestuurder of commissaris. Dit laatste is dus niet verplicht. Het hebben van een dergelijke regeling is in het bijzonder vanwege het Coronavirus aan te raden. Om extra kosten voor het wijzigen van de statuten te voorkomen, kan de regeling over het meervoudige stemrecht en de ontstentenis- of beletregeling opgenomen worden in de statuten bij de eerste statutenwijziging na de inwerkingtreding van de nieuwe wet.

Het aanpassen van de statuten is dus nog niet direct vereist. Het is echter wel aan te raden om de statuten te wijzigen om zo gebruik te kunnen maken van de nieuwe mogelijkheden die de WBTR biedt.  Daarnaast is het voor de beperking van het meervoudige stemrecht binnen vijf jaar vereist. Wij zijn u graag van dienst bij het vormgeven en aanpassen van de huidige statuten naar de eisen en mogelijkheden op grond van de WBTR.

Social share

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on telegram
Telegram