Update: corona regelingen en fiscaal nieuws (juni 2021)

Essential goods during epidemic - prevention and protection of coronavirus spreading. Protect respiratory system against pneumonia, COVID-19. Sanitizers, face mask, plant on blue background.

NIEUW KLANTPORTAAL VOOR AANGIFTES INKOMSTENBELASTING EN VENNOOTSCHAPSBELASTING.

Sinds april maken wij voor het accorderen van de aangiftes inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting gebruik van een nieuw klantportaal. U kunt sinds kort ook inloggen op dit portaal via onze website, www.heermeester.com. Dit kunt u doen door rechts bovenin naar Logins te gaan en dan te klikken op “Login Nextens”.
Als u klant bij ons bent en nog niet door ons bent aangemeld voor het nieuwe klantportaal, dan zullen wij dit doen zodra uw aangifte gereed is. Indien u wenst eerder voor het klantportaal te worden aangemeld, kunt u hierover contact met ons opnemen en zullen wij dit voor u in orde maken. Het is echter belangrijk dat als u een partner heeft dat hij of zij ook zijn of haar account activeert. Wij kunnen namelijk uw aangifte inkomstenbelasting pas op het portaal zetten, zodra beide accounts zijn geactiveerd.

TEGEMOETKOMING VOOR DOORBETAALDE KINDEROPVANG

Heeft u kinderopvang betaald terwijl deze vanwege de coronamaatregelen was gesloten? En heeft u ook geen kinderopvangtoeslag of andere subsidie hiervoor ontvangen? Dan kunt u sinds 15 mei 2021 een aanvraag indienen voor de Tijdelijke tegemoetkomingsregeling Kinderopvang zonder overheidsvergoeding (TTKZO).

De TTKZO is van toepassing voor betaalde kosten voor kinderopvang, maar ook voor de buitenschoolse opvang (bso) en gastouderopvang. U kunt deze vergoedging bij de Sociale Verzekeringsbank hier aanvragen. Indien u in aanmerking komt voor de TTKZO, moet u deze aanvragen voor 15 juni 2021.

VERSOEPELING ADMINISTRATIEVE VERPLICHTINGEN LOONHEFFINGEN VANWEGE CORONAMAATREGELEN

Vanwege de huidige coronamaatregelen kan het voorkomen dat u niet, niet tijdig, of niet volledig kan voldoen aan uw administratieve verplichtingen voor de loonheffingen. Zo heeft u bijvoorbeeld als werkgever de plicht om de identiteit van uw nieuwe werknemers vast te stellen vóór de eerste werkdag via een kopie van een geldig identiteitsbewijs. Doordat veel mensen nu thuiswerken kan dit echter lastig zijn.
Om deze reden heeft de Belastingdienst de administratieve verplichtingen voor de loonheffingen tijdelijk versoepeld. Als u niet aan de administratieve verplichten kan voldoen, dan verbindt de Belastingdienst daar tot en met 30 juni 2021 geen gevolgen aan. Het is echter wel de bedoeling dat u deze verplichten alsnog zo snel mogelijk nakomt.

VERLAGING GEBRUIKELIJK LOON 2021

Net zoals in 2020 mag de DGA zijn gebruikelijk loon verlagen indien er vanwege de coronacrisis sprake is van een omzetdaling. Anders dan in 2020 moet er echter een daling zijn van minstens 30%. Hoeveel het gebruikelijk loon mag worden verlaagd, kan worden bepaald aan de hand van de volgende berekening:

Gebruikelijk loon 2021 = Gebruikelijk loon 2019 x de omzet (exclusief btw) over heel 2021 / de omzet (exclusief btw) over heel 2019

De omzet over 2021 kan voorlopig worden geschat. Voor de verlaging hoeft in ieder geval geen toestemming te worden gevraagd aan de Belastingdienst. De verhouding tussen de omzet uit 2021 en 2019 mag echter niet hoger zijn dan 0,70, aangezien het omzetverlies dan minder bedraagt dan 30%. Ook gelden als voorwaarden dat de rekening-courantschuld en het dividend dat wordt uitgekeerd in 2021, niet mogen toenemen als gevolg van het lagere gebruikelijk loon. Het verlagen van het gebruikelijk loon is alleen mogelijk voor toekomstige maanden. Het is dus niet mogelijk om het loon van reeds verstreken periodes terug te draaien.
Overigens maakt het niet uit hoeveel de DGA in een jaar voor de BV heeft gewerkt. Indien vanwege de coronamaaregelen slechts een aantal maanden in het jaar is gewerkt, moet alsnog het volledige gebruikelijk loon worden toegerekend. Tijdsevenredig verlagen is dus niet toegestaan.

DE DEELNEMERSCHAPSLENING

In bepaalde gevallen kan het voorkomen dat een lening tussen gelieerde vennootschappen door de Belastingdienst wordt aangemerkt als een verstrekking van kapitaal. In principe wordt fiscaal de civielrechtelijke kwalificatie van leningen gevolgd, maar hierop bestaan drie uitzonderingen. Eén van deze uitzonderingen is de deelnemerschapslening. Er is sprake van een deelnemerschapslening als er aan drie voorwaarden wordt voldaan:
1. De betaalde rente is winstafhankelijk;
2. De schuld is achtergesteld ten opzichte van alle andere schuldeisers; en
3. Er is geen vaste looptijd en de schuld is pas opeisbaar bij faillissement, surseance van betaling of liquidatie. Hier is ook sprake van als de looptijd meer bedraagt dan 50 jaar.

Als een lening als deelnemerschapslening wordt gekwalificeerd, dan heeft dit als gevolg dat de betaalde rente niet aftrekbaar is. Deze wordt door de Belastingdienst namelijk beschouwd als dividend. Ook zal een eventuele afwaardering niet tot aftrek leiden, omdat deze als informele kapitaalstorting zal worden gezien. Als de voorwaarden van een bestaande lening wijzigen, dan kan dit ertoe leiden dat deze fiscaal wordt geherkwalificeerd als deelnemerschapslening.

GEEN SPRAKE VAN EIGEN WONING INDIEN MINDER DAN 50% BEZIT

Rechtbank Den Haag heeft onlangs beslist dat iemand voor minstens 50% eigenaar moet zijn van een woning, voordat deze kan worden aangemerkt als eigen woning in de inkomstenbelasting. In veel gevallen zal dit geen probleem vormen doordat de huisgenoot tevens fiscaal partner is, maar dit is niet altijd zo.
Zo waren er in deze casus twee echtparen die ieder in een apart deel van dezelfde woning woonde dat niet kadastraal was gesplitst. Het ene echtpaar bezat 35% van de woning, terwijl het andere echtpaar eigenaar was voor 65%. Het echtpaar dat 35% bezat had de woning als eigen woning opgegeven in hun aangifte inkomstenbelasting, maar de inspecteur was het daar niet mee eens en vond dat de woning moest worden opgenomen in box 3. De rechtbank heeft de inspecteur gelijk gegeven, omdat in de wet is opgenomen dat er sprake is van een eigen woning als de waardeveranderingen van de woning de eigenaar “grotendeels” aangaan. Het begrip “grotendeels” moet worden uitgelegd als 50% of meer en de rechtbank verwijst ook naar een besluit van de Staatssecretaris van Financiën waaruit dit kan worden afgeleid. De rechtbank was het ook niet eens met het argument van het echtpaar dat de woonsituatie vergelijkbaar is met appartementseigenaren, omdat anders dan met appartementen de woning niet kadastraal was gesplitst. Er moest dus naar het bezit van de gehele woning worden gekeken.

Social share

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on telegram
Telegram